GOn-begeleiding

Leerlingen met een handicap, leer – of opvoedingsbeperkingen kunnen door het GOn tijdelijk of permanent, gedeeltelijk of volledig in het gewone onderwijs terecht.
Soms gaat het om leerlingen die al een tijd in het buitengewoon onderwijs hebben doorgebracht, en dan via een gewone school hun onderwijs voortzetten, soms zijn het leerlingen die wel in aanmerking komen voor buitengewoon onderwijs vanwege hun handicap, maar verkiezen in het gewoon onderwijs te blijven.
Om voor Geïntegreerd onderwijs in aanmerking te komen moet de leerling beschikken over een “attest buitengewoon onderwijs”, dat na onderzoek wordt opgesteld door een Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB).
Daarnaast moet er een individueel “integratieplan” worden opgesteld. Dit is een overeenkomst of werkplan tussen de verschillende partijen:

  • de leerling zelf, of bij minderjarigheid zijn/haar ouders
  • de gastschool, d.i. de gewone school waar de leerling les volgt
  • de dienstverlenende school, d.i. de school voor buitengewoon onderwijs
  • het CLB

Het integratieplan vermeldt het aantal uren extra ondersteuning waarop de leerling recht heeft. Ook het gebruik van extra hulpmiddelen wordt vastgelegd. Eventueel worden ook afspraken gemaakt over vrijstelling van sommige lessen. Meestal komt iemand van de school voor buitengewoon onderwijs (de GOn-begeleid(st)er) één of twee uur per week met de leerling werken. Dikwijls ondersteunt deze persoon ook de ouders en de school, omdat hij/zij goed geplaatst is om uitleg te geven hoe ouders en leerkrachten met deze leerlingen best omgaan. De ernst van de beperking bepaalt mee op hoeveel uren Gon-ondersteuning de leerling recht heeft